Eigen verantwoordelijkheid

25 maart 2013

COLUMN - Walter Sinnot-Armstrong schrijft dat er niet zoiets bestaat als een verantwoordelijkheid van het individu om klimaatverandering tegen te gaan. Een conclusie die Jojanneke Vanderveen niet kan beamen.

Deze blogserie begon als verslaglegging van een project met vrienden. Gezamenlijk maakten we afspraken over hoe we wilden leven, wat we wel en niet wilden kopen, eten, doen. De reden dat ik met hen aan dat project begon, stond natuurlijk niet op zichzelf; het was voor mij een logische stap in de ontwikkeling van mijn overtuigingen, in mijn denkproces, mijn gefilosofeer.

Inmiddels zijn alle gemaakte afspraken wel zo’n beetje voorbij gekomen hier op Sargasso. Om te voorkomen dat ik in herhaling val, rek ik dan ook deze keer mijn onderwerp wat op: ik wil graag even met u filosoferen.

Afgelopen semester volgde ik binnen mijn master filosofie het vak Milieu-ethiek. Dat is precies wat de naam zegt; een vak waarbinnen je nadenkt over de ethische kant van milieuvraagstukken. Op een zeker moment lazen we een artikel dat me in het bijzonder boeide, omdat het zo dwars tegen mijn intuïtie inging. Het was geschreven door Walter Sinnott-Armstrong en droeg de veelzeggende titel “Its’ Not My Fault (pdf).”

Het punt van het artikel: er bestaat niet zoiets als een verantwoordelijkheid van het individu om klimaatverandering tegen te gaan. Waarom niet? Omdat het individu klimaatverandering niet veroorzaakt heeft, en ook niet op kan lossen. De bijdrage van een persoon is zo klein – Sinnott-Armstrong beweert zelfs dat de bijdrage nul is – dat het geen zin heeft als ik mijn auto verkoop. (In het geval dat ik een auto had, natuurlijk.) Zijn oplossing: de overheid moet het regelen.

Nou heb ik een open geest en ben ik best bereid het tegenintuïtieve argument van een ander te overwegen, maar ook na lang beraad was ik het niet eens met meneer Sinnott-Armstrong. Zijn argument hangt op de volgende zin (mijn vertaling): "de opwarming van de aarde kan niet plaatsvinden, tenzij heel veel anderen ook broeikasgassen uitstoten" (p.334). Met andere woorden: de aarde warmt niet op doordat ik in een auto rijd, want als ik de enige was die dat deed, dan was er helemaal geen probleem.

Als je het mij vraagt, is er echter een probleem met dit argument. Iedereen die in een auto stapt, weet immers dat heel veel anderen ook broeikasgassen uitstoten. Niemand kan dus met recht zeggen 'ja, hoor eens, ik doe gewoon net alsof ik alleen op de wereld ben, want als dat zo was, dan kon ik zo veel rijden als ik maar wil.' In de praktijk is er een schaarste ontstaan op 'de markt van CO2-uitstoot'. Als je de totale te verantwoorden hoeveelheid CO2-uitstoot deelt door het aantal mensen op de aarde, dan is ieders deel significant lager dan een willekeurig westers mens waarschijnlijk zou willen.

Toch zie ik, met bijvoorbeeld Peter Singer, niet in waarom iemand recht zou hebben op meer dan zijn 'fair share'. Als er mensen zijn die minder willen gebruiken dan dat deel, dan kan de ruimte die daardoor overblijft worden verdeeld over mensen die meer CO2 willen uitstoten. Als de ruimte op is, is het de plicht van individuen – en óók van overheden – hun verbruik terug te brengen tot het deel dat hen toekomt.

Al met al kan ik dus niet anders dan tot de conclusie komen dat het de morele plicht is van zo'n beetje ieder westers mens om drastisch minder auto te rijden (of te stoken, of te ademen, of te…). Wat denkt u?

<< Terug

Web design & development: JV 2014 - mail@jojannekevanderveen.nl - 06-22123222